Agenda

mei 2013  
ma di wo do vr za zo
22
23
24
25
26
27
28
29
30
1
2
3
4
5
6
8
9
10
11
12
13
14
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
1
2
SOL activiteit
externe activiteit

Lid worden?

Ben je geinteresseerd in ontwikkelings- samenwerking? Wij organiseren activiteiten waarbij je je kennis en netwerk kunt opbouwen!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang regelmatig updates van SOL.
E-mailadres:

Volg ons ook via

Actualiteiten

Er is altijd veel te doen omtrent het thema ontwikkelingssamenwerking in de media. Hier zul je de laatste actualiteiten uit de krant en of televisie vinden om op de hoogte te blijven.


'Dohdal', of hoe Sophan op eigen kracht een school bouwde

Op deze website plaatsen we nieuwsberichten en interessante achtergrondartikelen over
ontwikkelingssamenwerking. Vaak gaat het hierbij om westerse projecten die in de derde wereld
worden gestart. Deze keer willen we graag aandacht besteden aan een lokaal initatief. Dohdal is een
lokale organisatie die beter onderwijs in Cambodja realiseert. Het Cambodjaanse woord laat zich
moeilijk vertalen, de Engelse vertaling grow widely komt nog het beste in de buurt.

Cambodja is één van de armste landen in Azië. Waar je in de grote badplaatsen in bijvoorbeeld
buurland Thailand niets hoeft te merken van de aanwezigheid van armoede, is dat in Cambodja
wel anders. Je kunt niet om de bedelende kindjes heen die je vragen om een dollar of om eten. Ze
willen je armbandjes verkopen of andere grappige souvenirs en veel toeristen kunnen het niet over
hun hart verkrijgen om nee te zeggen. Maar veel van deze kinderen gaan niet naar school en krijgen
thuis slaag als ze niet genoeg omzet hebben gemaakt op een dag. Deze ouders handelen niet alleen
uit hebzucht en wreedheid, maar veelal ook uit noodzaak. Ze hebben het geld keihard nodig om te
overleven.

Van 1975 tot 1979 werd Cambodja bestuurd door de Rode Khmer, onder leiding van de roemruchte
Pol Pot. Gedurende deze vier jaren kwamen zo'n twee miljoen mensen om het leven door het
wrede regime dat werd gevoerd. Dit getal is slechts een ruwe schatting, volgens sommigen ligt
het dodental zelfs op drie miljoen en dat terwijl er destijds zeven miljoen Cambodjanen leefden in
het land. De Rode Khmer dreef de bevolking in de steden naar het platteland, waar iedereen werd
gedwongen te werken in de landbouw. Oogsten mislukten en hongersnood ontstond. Eenieder die
probeerde om voedsel of bezittingen voor zichzelf te houden, werd op brute wijze vermoord.

Vandaag de dag herinneren bijvoorbeeld de gevangenis Tuol Sleng en the Killing Fields nog aan
deze zwarte bladzijden uit de geschiedenis van Cambodja. Tuol Sleng was de gevangenis die
tijdens de overheersing werd gevestigd in een schoolgebouw in de hoofdstad Phnom Penh. Politieke
gevangenen werden hier opgesloten en gemarteld. Niet alleen Cambodjanen waren overgeleverd
aan de Rode Khmer, maar ook Australiërs, Fransen en Amerikanen hebben in de Tuol Sleng
vastgezeten. Toen de stad in 1979 werd bevrijd, werden slechts zeven overlevenden aangetroffen.
In de gevangenis zijn naar schatting 14.000 tot 20.000 mensen vastgezet. Nadat zij schuldig waren
bevonden, werden zij in het uitroeiingskamp Choeung Ek, dat is omgedoopt tot The Killing Fields,
omgebracht en begraven. Het gebied is opengesteld voor publiek en ziet er vredig uit. Het gras is
groen, er staan prachtige bomen en de vogels fluiten. Helaas wordt het grote veld wel ontsierd door
borden met teksten als 'Please don't walk through the mass grave' en een grote stupa met ramen
waarin de botten van de opgegraven doden zijn opgeslagen.

Het huidige Cambodja is nog aan het opkrabbelen en het land is zoals gezegd erg arm. Veel
kennis is verloren gegaan gedurende het regime van de Rode Khmer, omdat mensen met een
opleiding een bedreiging vormden en om het leven werden gebracht. NGO's tieren er welig en vele
projecten hebben zich als doel gesteld om de levensstandaard in het land te verhogen. Eén van deze
organisaties is Dohdal. De organisatie is in 2007 opgezet door de Cambodjaanse Sophan Peng.
Sophan heeft zich als doel gesteld een school te bouwen in een klein dorpje, genaamd Toul Pongro
Village, zo'n 45 kilometer bij Phnom Penh vandaan. De omgeving is landelijk, vijfennegentig
procent van de inwoners leeft van landbouw. De mensen wonen er in de traditionele huizen op
palen en in eerste instantie was zijn 'school' gevestigd onder het huis van zijn familie. Er bleken
zoveel kinderen op af te komen dat Sophan besloot om een stenen school te bouwen. Daarvoor was
hij volledig afhankelijk van donaties, maar de school begint een vaste vorm aan te nemen en de
kinderen kunnen niet wachten tot ze het schoolgebouw in gebruik kunnen nemen.

De school, genoemd naar het dorp, stelt zich ten doel om de kinderen gratis te onderwijzen en hen
levenslessen mee te geven. Ook wil zij de ouders voorlichten over het belang van onderwijs en over
ernstige zaken als kinderarbeid en kindermisbruik. Ook biedt de school de kinderen interessante
activiteiten aan naast het zware schoolwerk, zodat naar school gaan leuk blijft voor hen.

Sophan is zelf opgegroeid in het dorp en ging vanaf zijn achtste naar de lokale school. In 1990 was
Cambodja nog zo arm dat er geen fiets te vinden was en alle kinderen liepen naar school toe. Na
school vertrok hij naar Maleisië om te werken in een kledingfabriek, hier leerde hij zichzelf Engels
aan. Bij terugkomst huurde hij een hutje in de sloppenwijk van Phnom Penh en ging studeren. Hij
volgde avondcolleges en werkte overdag om zijn collegegeld te betalen en te kunnen voorzien in
zijn levensonderhoud. Hij werkte in een restaurant, waar hij gratis mee mocht eten en hij verdiende
bij door mensen op zijn brommer te vervoeren. Hij behaalde zijn universaire diploma en kwam als
assistent manager terecht bij een organisatie die vrijwilligers in projecten in een land naar keuze
plaatst.

Nu hij zelf succesvol is, wil hij graag de mensen in zijn dorp helpen door onderwijs aan te bieden
in zijn school. De kwaliteit van het onderwijs op het platteland is erg laag en vaak wordt er geen
Engels aangeboden. De kinderen in de stad volgen extra lessen op privéscholen, maar de kinderen
in Toul Pongro moeten na schooltijd helpen op het land. Sophan is van mening dat kinderen door
onderwijs verder kunnen komen in het leven. Met voldoende onderwijs zijn ze in staat om zelf
banen te creëren wanneer ze na hun studie niet aan de bak komen en zo kan Cambodja zich stukje
bij beetje verder ontwikkelen.

De school is volgens planning rond 10 april 2013 klaar. Bij voldoende inkomsten kan de school
worden ingericht en drie maanden erna in gebruik worden genomen. De bouw heeft vier maanden
geduurd, mede omdat het bouwen tussentijds gestaakt moest worden wegens een gebrek aan
financieën. Er zijn twee grote klaslokalen en Sophan heeft het plan opgevat om over een tijdje de
bouw van een tweede gebouw te starten waar ook twee lokalen in worden gevestigd.

En ook voor de verre toekomst heeft hij grootse plannen. Sophan wil de begeleiding van de
kinderen niet na hun schooltijd staken, maar droomt ervan een toeristenbureau beginnen in Phnom
Penh met eventueel een restaurant erbij. De kinderen uit het dorp zouden kunnen werken bij het
toeristenbureau en zo geld verdienen om hun vervolgopleiding te bekostigen. De winst wil Sophan
gebruiken om zijn organisatie uit te breiden, zo steeds meer mensen te kunnen helpen en steeds
minder afhankelijk te worden van giften. Dohdal of grow widely is niet alleen van toepassing op de
kinderen die onderwezen zullen worden op de school in Toul Pongro, maar ook op de plannen van
Sophan, de organisatie en het hele land.

Kijk voor meer informatie op de nog in ontwikkeling zijnde website www.dohdal.org.

Door: Marijke van Leeuwen (2013)

Bolivia; geen snelweg meer door het Tipnis reservaat

Met 60 procent van de Boliviaanse bevolking dat in armoede leeft, is Bolivia het armste land in Zuid-Amerika. In 2005 werd Evo Morales als president verkozen, hij is de eerste inheemse president in een land waar de meerderheid van de bevolking zich als inheems profileert. Hoewel hij aanvankelijk grotendeels van de bevolking achter zich had staan, neemt de steun voor Evo Morales af. Men vindt dat hij de voorkeur geeft aan economische groei in plaats van sociale en milieu gerelateerde kwesties. (BBC) Daarnaast is er op dit moment veel onrust omtrent het aanleggen van een snelweg langs het Tipnis reservaat, leefgebied van de inheemse gemeenschappen.(Peoplesworld.org)

De 300 kilometer lange snelweg zou door Bolivia lopen en hiermee Chile en Brazilië met elkaar verbinden, Brazilië zou de weg grotendeels financieren.(Icees) Volgens Evo Morales is dat economisch gunstig omdat de snelweg zou bijdragen aan de ontwikkeling van afgelegen gebieden. Morales zei dat de weg zou worden aangelegd ook al zijn de inheemse gemeenschappen het daar niet mee eens. Hiermee gaat hij in tegen de constitutie van 2009 die door hem zelf is voorgelegd. De grondwet verbetert de rechten van de inheemse bevolking, er staat onder andere in dat projecten die betrekking hebben tot inheems gebied eerst moeten worden besproken met inheemse gemeenschappen. Dat is in dit geval echter niet gebeurd, het contract voor het bouwen van de weg is afgesloten zonder enige bespreking. (Dewereld.be)

De inheemse gemeenschappen waren hier absoluut niet blij mee en begonnen in augustus aan een protest. Ongeveer 1300 mensen zijn te voet vanuit de Amazone vertrokken op weg naar La Paz. Zij hebben twee maanden lang gelopen in extreme weersomstandigheden. Daarnaast verliep de mars niet zonder geweld. (Hivos.nl) Op 25 september trad de politie hard op tegen de protest, hierbij werd gewelddadig gebruik gemaakt van traangas en wapenstokken. Morales zei daarvoor geen opdracht te hebben gegeven en het aanleg van de weg werd tijdelijk gestaakt.(Dewereld.be) Na deze gebeurtenis is de steun voor Evo Morales onder de inheemse bevolking alsmede inheemse organisaties dramatisch gedaald. Op 21 oktober besloot Morales niet verder te gaan met het bouwen van de weg en kwam hiermee tegemoet aan de eisen van de inheemse gemeenschappen.

Hivos over Bolivia

Hivos-vertegenwoordigster in Bolivia, Corina Straatsma, heeft namens Hivos een aantal vragen beantwoord voor SOL.

Denkt u dat de snelweg economisch gunstig zou zijn geweest voor Bolivia?

‘De hele discussie gaat over visie op ontwikkeling en wat je onder economische vooruitgang verstaat. De redenering van de regering is: die weg verbindt verschillende steden en dat is gunstig voor de handel van alle boeren en inheemse bevolking. De regering kijkt dus niet naar de negatieve effecten van ontbossing. Ontbossing geeft een hoge CO2 uitstoot, tast de biodiversiteit en fauna aan, en bedreigt de levenswijze van de inheemse bevolking. Maar dit valt nog moeilijk in cijfers uit te drukken. Wat is het waard dat apen in hun leefgebied kunnen blijven wonen of dat de lucht minder vervuild wordt? En verder vinden er al een aantal economische activiteiten plaats: toerisme, krokodillenfarms en duurzaam bosbeheer. Dat is de kant die de inheemse bewoners op willen, kijken naar economische mogelijkheden met behoud van bos.’

Wat voor gevolgen denkt u dat er zullen zijn voor de populariteit van Morales nadat hij besloot aan de snelweg te beginnen zonder het te bespreken en het incident met de politie op 25 september?

‘De meerderheid van de bevolking keurde het optreden van de politie sterk af en is voor het behoud van het reservaat. Dus deze maatregelen hebben een negatief effect gehad op zijn populariteit. Vandaar dat hij snel om was toen de indianen in La Paz waren aangekomen. ’

Denkt u dat er gevolgen zullen zijn voor de positie van de inheemse
gemeenschappen na de genoemde gebeurtenissen? Zoja, welke?


‘In de eerste plaats is er nationaal veel meer bekendheid gekomen over de verschillende inheemse gemeenschappen en het belang van natuurbehoud. De organisaties van inheemse mensen zijn sterker geworden door deze mars.’

Wat heeft Hivos precies gedaan om de protestanten in Bolivia te helpen?


‘Hivos heeft jarenlang de inheemse organisatie CIDOB en de vrouwenpoot CNAMIB gesteund. Zij hebben de mars geleid. Daarnaast geeft een van onze partners in Bolivia, CEJIS, juridisch advies aan de organisatie en haar leden over grond kwesties, wetten etc. Daarnaast hebben we humanitaire steun gegeven (eten, tenten, dekens etc.).’

Wat voor andere projecten heeft Hivos momenteel lopen in Bolivia?

Hivos heeft in Bolivia verschillende projecten lopen, zoals Hiv preventie, steun aan projecten die geweld tegen vrouwen tegengaan, bosbouw en bosbeheer projecten, homo-emancipatie, economische projecten met vrouwen, micro krediet etc. Voor meer info: www.hivos.nl

Bronnen
Terre des Hommes, het Aidsfonds en IUCN over de bezuinigingen in OS

Vanwege de bezuinigingen wordt ook de ontwikkelingssamenwerking hervormd. Hierin staan effectiviteit en de strategische belangen van Nederland centraal. Dit betekent dat bijvoorbeeld gezondheidszorg en onderwijs geen prioriteit meer zijn. Er moet 1.9 miljard minder worden uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking, waarbij er dus ook minder geld te beschikking voor ontwikkelingsorganisaties is (Rijksoverheid.nl). Organisaties werden daarom gedwongen om samen te werken, als zij nog in aanmerking wilde komen voor subsidies. Desondanks zijn er veel organisaties die aanzienlijk minder subsidies ontvangen of zelfs af zijn gevallen en niet meer in aanmerking zullen komen voor subsidies (laruta.nu). Wat betekent dit voor deze organisaties? SOL vroeg het aan Terre des Hommes, het Aids Fonds en IUCN.

Terre des Hommes
Volgens Taco van der Mark, persvoorlichter van Terre des Hommes, heeft de organisatie geprobeerd de subsidie te behouden. Dit hebben zij gedaan door in 2010 een alliantie op te richten met twee andere organisaties: Stichting Kinderpostzegels en het Liliane Fonds. Hierdoor werd de eerste aanvraag goedgekeurd. Bij de tweede aanvraag ging men naar het inhoudelijk programma kijken en hierop werd de alliantie alsnog afgewezen. Nadat zij in hoger beroep gingen werden zij in 2011 in het gelijk gesteld. Hoewel de alliantie nog wel subsidie ontvangt, is dit minder dan de helft van wat was aangevraagd. Terre des Hommes is voor een derde afhankelijk van de overheidssubsidies en door de bezuinigingen hebben zij minder kinderen kunnen helpen dan aanvankelijk gepland was, aldus Taco van der Mark. Daarnaast melde hij dat de overheid na 2015 waarschijnlijk helemaal geen subsidies meer zal verstrekken. Ontwikkelingsorganisaties zullen er dus voor moeten zorgen dat zij voldoende alternatieve inkomstenbronnen hebben, waarbij samenwerking met andere organisaties voor de hand het meest effectief zal zijn.

Het Aids Fonds
Het Aids Fonds heeft een gezamenlijke aanvraag gedaan met 11 andere organisaties die aidsspecifiek werken, iets wat erg gedurfd is , aldus Marieke van der Kroef beleidsadviseur van het Aids Fonds. Volgens haar is de criteria om in aanmerking te komen voor subsidie erg streng en niet toegesneden op vernieuwende programma’s als die van het Aids Fonds. Wat betreft de gevolgen van het stoppen van de subsidies valt het volgens mevrouw van der Kroef mee, omdat het Aids Fonds niet totaal afhankelijk is van de overheidssubsidie. Andere belangrijke inkomstenbronnen zijn bijvoorbeeld het publiek en loterijen. Kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden zoals homoseksuele mannen, drugsgebruikers en prostituees dreigden echter wel in de problemen te komen. De redding is geweest dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om dergelijke programma’s te blijven steunen, door een nieuw subsidiekader voor die groepen te creëren. Het Aids Fonds coördineert op dit moment een programma dat zich op deze kwetsbare groepen richt. Volgens Marieke van der Kroef is het pas verantwoord om minder geld uit te geven aan aids bestrijding wanneer het is gelukt om de epidemie aanzienlijk te verminderen. Zij denkt dan ook dat aids bestrijding een stuk goedkoper gaat worden de komende jaren, maar dan moeten donoren nog wel een paar jaar volhouden.

IUCN (Internatioal Union for the Conservation of Nature)
Cas Besselink, adviseur van het IUCN, zegt dat ook zij nog wel overheidssubsidie krijgen maar minder dan aangevraagd. Het IUCN krijgt om precies te zijn 55% van het aangevraagde bedrag. Volgens Cas Besselink moet de overheid blijven vasthouden aan het uitgeven van 0.7% van het BBP aan Ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast vindt hij het onder andere een goed idee om meer thematisch te werken, multilaterale ontwikkelingshulp te verminderen en betalingsbalanssteun te beperken.

Hoewel de bezuinigingen dus een impact hebben op ontwikkelingsorganisaties, hebben zij alternatieve inkomstenbronnen waardoor zij het nog wel redden. Dit geldt echter niet voor alle organisaties, er zullen er ook genoeg zijn die niet meer kunnen voortbestaan door de toenemende bezuinigingen in ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast neemt dit niet weg dat de bezuinigingen voelbaar zijn voor de gedupeerde groepen in ontwikkelingslanden. Als Cas Besselink gelijk heeft en er op lange termijn helemaal geen subsidies meer worden verstrekt, neemt het belang van samenwerking met andere organisaties steeds meer toe. Op deze manier kunnen ontwikkelingsorganisaties voortbestaan en efficiënter te werk gaan.

Bronnen:
www.aidsfonds.nl
www.iucn.nl
www.laruta.nu
www.rijksoverheid.nl
www.terredeshommes.nl


De Schaduwzijden van Ontwikkelingssamenwerking

In 1949 pleitte Amerikaanse president Truman voor hulp aan ontwikkelingslanden, dit wordt gezien als het begin van ontwikkelingssamenwerking. Er is sindsdien veel gebeurd op dit gebied. Het is erg belangrijk om ons af te vragen hoe effectief ontwikkelingssamenwerking is en wat we kunnen doen om effectiviteit te verbeteren.

Volgens Jan Pronk is de bedoeling van ontwikkelingssamenwerking dat landen worden geholpen met het zoeken, vinden, kiezen en volgen van het juiste pad (Pronk 2001, 627). Ontwikkelingssamenwerking moet er dus op gericht zijn om ontwikkelingslanden te leren op hun eigen benen te staan. Dit is echter niet altijd het geval. Slecht economisch beleid in ontwikkelingslanden, corruptie en mogelijk dubieuze motieven van Westerse landen staan vooruitgang in de weg.

Eén van de belangrijkste criteria van ontwikkelingssamenwerking is dat men zich richt op structurele verbeteringen, op deze manier kunnen ontwikkelingslanden geleidelijk onafhankelijk worden. Investeren is essentieel om voor structurele verbetering te zorgen (Pronk 2007, 4). Er is echter sprake van slecht economisch beleid in de ontvangende landen. Overheden investeren bijvoorbeeld in projecten die niet productief zijn of in kapitaalintensieve projecten. Hiermee maken deze landen zich blijvend afhankelijk van ontwikkelingshulp in de toekomst. (Griffin en Enos 1970, 323).

Corruptie is ook een erg groot probleem, geld komt hierdoor niet goed terecht. In Oeganda bijvoorbeeld, kwam er tussen 1991 en 1995 alleen dertien procent van het geld bedoeld voor onderwijs terecht bij scholen, de rest verdween door corruptie (Koning 2008, 26). Het enige probleem is niet alleen dat het geld niet ten goede komt van de bevolking, maar ook dat het helpt om de posities te versterken van corrupte politieke leiders. Om deze reden geeft Nederland bijvoorbeeld alleen assistentie aan landen die een goed sociaal-economisch beleid voeren. Hoewel dit een logische stap is, betekent het wel dat veel landen die juist hulp nodig hebben deze niet kunnen krijgen.

Dubieuze motieven zijn niet alleen in ontvangende landen een probleem. Er is een neiging van de donoren om de nadruk te leggen op het financieren van projecten die zichtbaar zijn voor de internationale gemeenschap maar niet altijd even effectief. Er worden bijvoorbeeld scholen gebouwd en wegen aangelegd terwijl ontwikkelingslanden meer behoefte hebben aan schoolboeken en het onderhoud van wegen. Als de donoren in deze projecten hebben geïnvesteerd blijven ontwikkelingslanden met deze onderhoudskosten achter ( Easterly 2002, 10). Het is daarom erg belangrijk dat de nadruk wordt gelegd op samenwerking. De donor landen en de ontvangende landen moeten overleggen en samen bepalen wat de ontwikkelingslanden werkelijk nodig hebben.

Sommigen stellen dat Westerse landen ontwikkelingssamenwerking als machtsinstrument gebruiken om invloed uit te oefenen in de ontvangende landen (Griffin and Enos 1970, 314). Hulpgelden worden bijvoorbeeld gebruikt om landen onder druk te zetten zodat deze zich bij een bepaald beleid aansluiten. Anderen stellen zelfs dat armoede met opzet wordt gehandhaafd. Het argument is dat schaarse goederen moeten worden geherdistribueerd, dit gaat ten koste van degenen die zich de goederen hebben toegeëigend. Om deze reden zou het niet in het belang van de ontwikkelde landen zijn om armoede te verminderen. Deze zouden zelfs maatregelen kunnen nemen om economische groei te vertragen. (Pronk 2007, 11-12) Dit beeld is echter erg zwart-wit. Zelfs als we er vanuit gaan dat Westerse landen bij ontwikkelingssamenwerking alleen aan het eigen belang denken, hoeft vooruitgang van arme landen niet per se nadelig voor ze te zijn. Denk bijvoorbeeld aan immigratiestromen, afzetmarkten in ontwikkelingslanden of spillover van geweld zoals aan de grens tussen Mexico en de V.S. Economische vooruitgang van ontwikkelingslanden kan dus wel degelijk in het voordeel zijn van Westerse landen.

Ondanks de mogelijkheid van alternatieve motieven van Westerse landen is het belangrijk om positief te blijven en te geloven dat vooruitgang mogelijk is. Dit betekent natuurlijk niet dat we niet kritisch kunnen kijken naar de gang van zaken wat betreft ontwikkelingssamenwerking. Het bestrijden van corruptie is essentieel zodat assistentie ten goede komt van de bevolking en niet alleen van politieke leiders of ambtenaren. Daarnaast moet er ook technische assistentie worden gegeven aan landen, overdracht van kennis en vaardigheden is erg belangrijk voor structurele verandering. Door de nadruk te leggen op samenwerking en samen met ontwikkelingslanden te bepalen wat voor hen het belangrijkste is en hoe dit gerealiseerd kan worden, kunnen we voorkomen dat donoren de nadruk leggen op zichtbare maar ineffectieve uitkomsten.

Door: Gabriela Rovere (2012)

Partners